Onze voormalige premier Balkenende roemde ooit de VOC-mentaliteit van weleer. Hij doelde daarmee vooral op de Nederlandse handelsgeest. Niemand had hem vreemd aangekeken, wanneer hij had gesproken over onze trots op het water: de zeilvloot. Vanaf de 14e eeuw voer Nederland al met schepen om handel te drijven, die ze zelf bouwden.
Die maritieme geschiedenis begint zo’n beetje bij de Kamper Kogge. Een reconstructie van een middeleeuws wrak, gevonden na het droogvallen van de Flevopolders. De kogge die als voorbeeld voor de reconstructie diende, is gebouwd met hout uit 1336. Een oud beestje dus. Maar destijds van levens-belang. Ze werden door Hanzesteden gebruikt om handel te drijven met andere, bij de ‘Hanze’ (handelsverbond) aangesloten steden, rondom de Oost- en Noordzee. Deze lucratieve handel, die Nederland zijn rijkdom gaf, legde de basis voor de Gouden Eeuw. Je weet wel, die periode waarin Nederland zich ontwikkelde tot één van de grootste, belang-rijkste en rijkste zeevarende naties met ruim 2000 VOC retour- en linieschepen.